Voor een aantal rassen zijn er in Nederland aanvullende eisen voor de stamboomafgifte. Ook voor de Engelse Bulldog zijn er extra regels. Sinds 1 juni 2014 krijgen pups geen stambomen meer als de ouderdieren niet aan deze regels voldoen. De Raad van Beheer heeft samen met de rasverenigingen het convenant geëvalueerd. Hieronder vind je de wijzigingen.
LET OP! Per 19 maart 2019 is het rapport 'fokken met kortsnuitige honden' gepubliceerd. Dit betekent dat er niet gefokt mag worden met honden die niet aan de criteria voldoen. Meer informatie zie de pagina 'fokken met kortsnuitige honden'.
De Raad van Beheer, de Engelse Bulldog Club Nederland en de Bulldog Club Nederland hebben een convenant gesloten dat op 1 juni 2014 is in gegaan. Hierin staan regels die de Raad van Beheer samen met beide rasverenigingen heeft opgesteld. Deze regels moeten uiteindelijk leiden tot gezondere Engelse Bulldoggen.
Dit betekent dat de pups geen stambomen krijgen als de ouders niet aan deze regels voldoen. Dit geldt voor alle nesten ongeacht of de fokker wel of niet lid is van de rasvereniging. Uiteraard gelden naast de regels die zijn opgenomen in het convenant ook de regels uit het Kynologisch Reglement.
Vanaf 1 juli 2017 heb je met de volgende wijzigingen te maken:
Als je wilt fokken met een Engelse Bulldog zijn de volgende zaken belangrijk:
Hieronder lichten we ze toe.
Er zijn speciale dagen waarop Conditietesten en Exterieurbeoordelingen plaatsvinden. De conditietest gebeurt volgens een vast protocol door een door de Raad van Beheer aangewezen panel van dierenartsen.
Aanmelden voor een Conditietest en Exterieurbeoordeling*
*Let op: Op dit moment is het niet mogelijk aan te melden voor een conditietest en exterieurbeoordeling. Zodra dit weer mogelijk is zal het inschrijfformulier hier worden geplaatst.
De reu of teef moet minimaal twaalf maanden oud zijn. Tijdens de conditietest loopt de hond aangelijnd 1.000 meter. Dat moet hij binnen twaalf minuten doen. Belangrijk is dat de hond snel herstelt van zijn inspanning. Daarom is de hersteltijd van de hartslag en de lichaamstemperatuur vijftien minuten. De hartslag en de lichaamstemperatuur worden voor en na de test gemeten, zodat duidelijk is of de hond snel genoeg herstelt.
De einduitslag van de conditietest is ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’. Alleen met honden met de uitslag ‘voldoende’ mag je fokken.
Een hond mag maximaal twee maal deelnemen aan de conditietest, waarbij de laatste uitslag bepalend is.
Voor de conditietest geldt een aantal overgangsbepalingen:
Exterieurbeoordeling
Twee rasspecialisten voeren de Exterieurbeoordeling uit. Zij beoordelen het uiterlijk van de hond zo objectief mogelijk. Daarbij krijgt de hond voor alle aspecten van zijn uiterlijk punten volgens een speciaal opgesteld schema. Uiteindelijk geeft dit puntenaantal aan of je een hond hebt die "fit for function" is en dus functioneel mooi. Honden met een puntenaantal onder de 381 punten hebben overdreven raskenmerken of kunnen onvoldoende bewegen.
Een aantal uiterlijke kenmerken zijn als fokuitsluitend aangemerkt. Een hond met een glasoog, of niet erkende kleur en reuen die niet compleet zijn (één of meerdere testikels niet aanwezig), mogen niet meer gebruikt worden voor de fokkerij.
Alle honden die voor de fokkerij worden ingezet moeten jaarlijks naar ECVO-oogarts voor een oogonderzoek. Er mag niet worden gefokt met honden die lijden aan KCS (Keratoconjunctivitis Sicca, droge ogen syndroom). Op dit moment mag met andere aandoeningen wel gefokt worden.
Alle honden die voor de fokkerij worden ingezet moeten een uitslag hebben van het Patella luxatie onderzoek.
Honden mogen in de volgende combinaties ingezet worden voor de fokkerij:
Alle honden waarmee je wilt fokken, moeten een DNA-test voor blaasstenen ondergaan. Het gaat hier om de DNA-test voor HUU, waarbij wordt getest op de mutatie SLC2A9.
De volgende laboratoria kunnen deze test uitvoeren:
De volgende combinaties zijn toegestaan:
Andere combinaties zijn niet toegestaan.
Om de inteelt binnen het ras te beperken, gelden er ook regels voor het aantal nesten van reuen en teven.
Voor de reuen geldt:
Voor alle reuen (onafhankelijk van het land van herkomst) geldt dat ze maximaal 5 nesten per kalenderjaar mogen voortbrengen die ingeschreven worden in het NHSB. Wanneer een dekking niet tot een nest heeft geleid, mag de reu diezelfde teef het jaar daarna weer dekken. Deze dekking telt nog mee bij het vorige jaar, mits het maximum aantal nesten per jaar niet overschreden wordt.
Voor de teven geldt:
Daarnaast geldt dat je de teef na de tweede keizersnede niet meer mag laten dekken, zie hiervoor ook de aanvullende regels voor “Natuurlijke geboorte”.
Naast de verwantschapsregels die al volgens het Kynologisch Reglement gelden, mag je een teef ook niet laten dekken door haar halfbroer.
Je mag een teef niet meer laten dekken als zij tweemaal een keizersnede heeft ondergaan.
Bevalt de teef op natuurlijke wijze, meld dit dan binnen 3 dagen na de geboorte bij de Raad van Beheer. Doe je dit niet, dan gaan wij er vanuit dat de geboorte via een keizersnede is verlopen.
Wanneer een teef geboren voor 01-03-2013 al één of meerdere nesten heeft voortgebracht, tellen deze als één keizersnede, ongeacht het werkelijke aantal keizersneden.
De buitendienstmedewerkers voeren steekproefsgewijs controles uit als er een natuurlijke geboorte wordt gemeld. Als je niet op de aangegeven tijd kunt en er geen andere afspraak gemaakt kan worden, registreren we alsnog dat de geboorte via een keizersnede heeft plaatsgevonden.
Deze regels gelden voor alle ouderdieren dus ook voor de buitenlandse dekreuen. Als de buitenlandse reu niet in Nederland kan deelnemen aan een fokgeschiktheidskeuring mag dit onderzoek ook uitgevoerd worden door een dierenarts en een keurmeester in het buitenland. Hieronder kun je de formulieren voor de dierenarts en de keurmeester en een uitleg van het convenant in het engels downloaden.