Zeer oud Duits ras, dat al eeuwen bestaat en nog steeds gebruikt wordt om het wild uit de dekking op te stoten. De eerste honden waren bruin (soms met witte aftekeningen) en wit met bruin, soms ook met tanaftekeningen op hoofd en benen. Later kwamen er ook bruinschimmels. Rudolf Friess, die gedurende een lange periode veel invloed heeft gehad op de fokkerij, introduceerde de kleurensplitsing tussen de eenkleurig bruine en bruinschimmel honden waardoor hij, ondanks de smalle fokbasis, het ras vrij wist te houden van inteeltproblemen. De kleurensplitsing had ook te maken met de onderling verschillende geaardheid van de honden. De bruine honden werkten voor de voet en dreven het wild naar de geweren, terwijl de bruinschimmels meer terrein namen en meer geschikt waren om een spoor uit te werken.
Wist je dat lang niet alle honden die je op straat tegenkomt een officiële stamboom hebben? Rashonden zonder stamboom noemen we ‘look-alikes’. Meer weten over het verschil tussen een stamboomhond en een 'look-alike' kijk op de pagina 'Waarom een stamboomhond?'.
Middelgrote, langharige, zeer gespierde jachthond met een adellijk hoofd en stevige botten. Hij is rechthoeking van model maar nooit hoogbenig.
De vacht is vlak aanliggend, meest gegolfd, soms gekruld (astrakan) of een gladde lange beharing met een dichte ondervacht. Het haar mag niet te lang, dun of zijdeachtig zijn. Goede bevedering aan benen, buik en staart, vaak een kraag. De oren zijn bedekt met krullen of dicht gegolfd haar dat langer is dan het oor zelf. Tussen de tenen dicht maar niet te lang haar. Twee kleurvariëteiten: eenkleurig bruin of rood, vaak met witte of gespikkelde aftekeningen op borst en tenen, en bruinschimmel of roodschimmel, waarbij de grondkleur bruin of rood vermengd is met witte haren; vaak is het hoofd bruin of rood en zijn er platen of een zadel op de rug. Bij beide kleurvariëteiten kunnen tankleurige aftekeningen boven de ogen, op de wangen, benen bij de staart voorkomen.
De schofthoogte van de Duitse Wachtelhond ligt tussen de 45 en 55 cm. Het gewicht varieert van 20 tot 25 kilo.
Levendige, gepassioneerde jachthond, vriendelijk, zelfverzekerd, heel volgzaam en inschikkelijk, niet nerveus of agressief.
Voor de afgifte van een stamboom moeten de ouderdieren bij de dekking voldoen aan de foknormen die voor dit ras zijn vastgesteld.
In onderstaande tabel zie je welke screeningsonderzoeken voor dit ras verplicht zijn en welke uitslagen van de ouderdieren niet worden geaccepteerd. Alleen wanneer aan deze foknormen wordt voldaan, worden voor de pups uit het nest stambomen afgegeven.
De foknormen zijn gepubliceerd op 1 juli 2026, zodat fokkers tijd hebben zich hierop voor te bereiden. Vanaf 1 oktober 2026 controleert de Raad van Beheer bij de dekaangifte of aan deze foknormen is voldaan.

Kantel je telefoon voor een optimale weergave van de tabel.
De huidige foknormen vormen de eerste stap in de verdere ontwikkeling van de foknormen voor dit ras. De Raad van Beheer werkt samen met o.a. fokkers aan de verdere doorontwikkeling van deze foknormen. Op basis van beschikbare (geprotocolleerde) onderzoeken, DNA-testen, wetenschappelijke inzichten en verzamelde data worden de foknormen periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast of uitgebreid.
Heb je vragen over de foknormen? Bekijk dan onze pagina met veelgestelde vragen (FAQ) >>
FCI groep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden
Sectie 2
Voor dit ras is er geen door de Raad van Beheer erkende rasvereniging in Nederland.