Eén van de 6 Laikatypen, waarvan er 4 door de FCI zijn erkend. De Russisch-Europese Laika is de minst verspreide en daarmee de minst bekende van deze 3 rassen. Komt van oorsprong uit het noordelijke gebied van het Europese deel van Rusland. Is nauw verwant aan de Karelische Berenhond, maar over het algemeen lichter gebouwd.
Wist je dat lang niet alle honden die je op straat tegenkomt een officiële stamboom hebben? Rashonden zonder stamboom noemen we ‘look-alikes’. Meer weten over het verschil tussen een stamboomhond en een 'look-alike' kijk op de pagina 'Waarom een stamboomhond?'.
Het is de kleinste van de drie Laikarassen, middelgroot, droog en krachtig gebouwd.
De bovenvacht stug en recht, ondervacht goed ontwikkeld en zacht. Voornamelijk zwart met wit, variërend van bijna geheel zwart tot bijna geheel wit, maar ook grijs en peper en zout. Ticking op de ledematen is niet gewenst, een rode kleur evenmin.
De schofthoogte van de ligt tussen de 50 cm en 60 cm. Het gewicht varieert van 20 tot 25 kg.
Open, vriendelijk, zeer aanhankelijk en gevoelig. Loyaal naar het gezin en de roedel en hoort niet angstig te zijn. Heeft menselijk gezelschap nodig. Met betrekking tot vreemden kan hij iets gereserveerd zijn. Heeft een sterk gevoel voor territorium en kan agressief reageren als een vreemde hond de roedel nadert. Reuen zijn over het algemeen dominant naar andere reuen. Een energieke hond met veel temperament, die vaak een aanleiding vindt om luidruchtig te zijn.
Het is een niet moeilijk te trainen hond, mits hij een consequente en rechtvaardige opvoeding krijgt, waarbij een harde aanpak moet worden vermeden.
De rasvereniging; Scandia, Vereniging van Liefhebbers en Fokkers van Scandinavische Spitshonden is bezig met de gezondheid van de Russisch-europese laika. Dit is een onderdeel van het verenigingsfokreglement van elke rasvereniging. Hierin stellen zij de volgende onderzoeken verplicht voor de ouderdieren: Heupdysplasie en ECVO-oogonderzoek.
Voor het verenigingsfokreglement en meer informatie kan er contact worden opgenomen met de rasvereniging.
Voor de afgifte van een stamboom moeten de ouderdieren bij de dekking voldoen aan de foknormen die voor dit ras zijn vastgesteld.
In onderstaande tabel zie je welke screeningsonderzoeken voor dit ras verplicht zijn en welke uitslagen van de ouderdieren niet worden geaccepteerd. Alleen wanneer aan deze foknormen wordt voldaan, worden voor de pups uit het nest stambomen afgegeven.
De foknormen zijn gepubliceerd op 1 juli 2026, zodat fokkers tijd hebben zich hierop voor te bereiden. Vanaf 1 oktober 2026 controleert de Raad van Beheer bij de dekaangifte of aan deze foknormen is voldaan.

Kantel je telefoon voor een optimale weergave van de tabel.
De huidige foknormen vormen de eerste stap in de verdere ontwikkeling van de foknormen voor dit ras. De Raad van Beheer werkt samen met de rasverenigingen aan de verdere doorontwikkeling van deze foknormen. Op basis van beschikbare (geprotocolleerde) onderzoeken, DNA-testen, wetenschappelijke inzichten en verzamelde data worden de foknormen periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast of uitgebreid.
Heb je vragen over de foknormen? Bekijk dan onze pagina met veelgestelde vragen (FAQ) >>
FCI groep 5: Spitsen en oertypen
Sectie 2
Neem contact op met de onderstaande rasvereniging(en) voor een lijst met aangesloten fokkers, het actuele aanbod van puppy's en eventuele volwassen honden (herplaatsers).
Bovenstaande tekst is opgesteld door de rasvereniging(en). Wij hebben geen inhoudelijke controle gedaan en zijn niet verantwoordelijk voor onjuistheden of onduidelijkheden in de tekst. Heb je vragen, neem dan contact op met de rasvereniging(en).