Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en drie subvariëteiten (Zwart-Wit-Bruin, Grijs-Abrikoos-Rood en andere kleuren).
Wist je dat lang niet alle honden die je op straat tegenkomt een officiële stamboom hebben? Rashonden zonder stamboom noemen we ‘look-alikes’. Meer weten over het verschil tussen een stamboomhond en een 'look-alike' kijk op de pagina 'Waarom een stamboomhond?'.
Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
Ze hebben overvloedig, fijn haar, wollig, goed kroezend, veerkrachtig, dik en dicht, van gelijkmatige lengte en gelijkmatige krullen.
De schofthoogte van de Grote Poedel ligt tussen de 45 en 60 cm. Het gewicht varieert van 20 tot 30 kilo.
De grote poedel is er in drie subvariëteiten namelijk Zwart-Wit-Bruin, Grijs-Abrikoos-Rood en Andere Kleuren.
Attent, zeer leergierig, tot op hoge leeftijd speels, vrolijk, vriendelijk en verdraagzaam, ook naar vreemde mensen en honden, zeer aanhankelijk voor zijn baas.
De rasverenigingen; Eerste Gezelschapshondenclub Nederland en Nederlandse Poedelclub zijn bezig met de gezondheid van de Grote Poedel. Dit is een onderdeel van het verenigingsfokreglement van elke rasvereniging. Hierin stellen zij de volgende onderzoeken verplicht voor de ouderdieren: heupdysplasie en DNA-onderzoek naar Von Willebrand Disease type 1. De Nederlandse Poedelcub stelt verder het ECVO-oogonderzoek en DNA-onderzoek naar Neonatale encephalopathy verplicht.
Voor het verenigingsfokreglement en meer informatie kan er contact worden opgenomen met de rasverenigingen.
Voor de afgifte van een stamboom moeten de ouderdieren bij de dekking voldoen aan de foknormen die voor dit ras zijn vastgesteld.
In onderstaande tabel zie je welke screeningsonderzoeken voor dit ras verplicht zijn en welke uitslagen van de ouderdieren niet worden geaccepteerd. Alleen wanneer aan deze foknormen wordt voldaan, worden voor de pups uit het nest stambomen afgegeven.
De foknormen zijn gepubliceerd op 1 juli 2026, zodat fokkers tijd hebben zich hierop voor te bereiden. Vanaf 1 oktober 2026 controleert de Raad van Beheer bij de dekaangifte of aan deze foknormen is voldaan.

Kantel je telefoon voor een optimale weergave van de tabel.
De huidige foknormen vormen de eerste stap in de verdere ontwikkeling van de foknormen voor dit ras. De Raad van Beheer werkt samen met de rasverenigingen aan de verdere doorontwikkeling van deze foknormen. Op basis van beschikbare (geprotocolleerde) onderzoeken, DNA-testen, wetenschappelijke inzichten en verzamelde data worden de foknormen periodiek geëvalueerd en waar nodig aangepast of uitgebreid.
Heb je vragen over de foknormen? Bekijk dan onze pagina met veelgestelde vragen (FAQ) >>
FCI groep 9: Gezelschapshonden
Sectie 2
Neem contact op met de onderstaande rasvereniging(en) voor een lijst met aangesloten fokkers, het actuele aanbod van puppy's en eventuele volwassen honden (herplaatsers).
Bovenstaande tekst is opgesteld door de rasvereniging(en). Wij hebben geen inhoudelijke controle gedaan en zijn niet verantwoordelijk voor onjuistheden of onduidelijkheden in de tekst. Heb je vragen, neem dan contact op met de rasvereniging(en).